Een val op het Binnenhof

Voorpublicatie | Verzetsheld Willem Gerrit Kastein

EEN VAL OP HET BINNENHOF

Voorpublicatie | Verzetsheld Willem Gerrit Kastein

Beeld ↑

Binnenhof 7
Uit het raam van de tweede verdieping sprong dr. Kastein, om zich door zelfmoord te hoeden voor het prijsgeven van de namen van zijn vrienden.

Bron illustratie
Het Parool, 14 oktober 1949

Hoevelen hebben niet het loodje gelegd op het Binnenhof, alleen al in de laatste honderd jaar

Auteur  |  Ton Haak

Er waren regeringsleden en zelfs hele kabinetten die ter plekke politiek sneefden. Er waren Kamerleden die praktisch ter plekke, in de gebouwen of net daarbuiten, door hartstilstand geveld werden. En ook was er een arts voor wie een raam van een tweehoog gelegen kamer op het Binnenhof de uitweg bood naar een op de keien ketsende keiharde dood.

Dat speelde zich af tijdens de Duitse bezetting, in de Tweede Wereldoorlog, toen het Binnenhof geen parlement huisvestte maar Wehrmacht, SD en SS. De arts die uit het raam sprong, dat was Gerrit Kastein. “… die lieve Gerrit. Met zijn kop op de stenen. Dood,” zo verhaalt Roxane van Iperen in haar fascinerende verslag en sfeertekening van Nederland in die barbaarse tijden. Zij schreef ’t Hooge Nest, “Het waargebeurde verhaal van twee joodse zusters in het verzet, een onderduikvilla in het Gooi en het onvermijdelijke verraad” en ploos, onder veel meer, uit wat daar op het Binnenhof gebeurde in februari 1943 en hoe het zo kwam.

“Gerrit Kastein was een neuroloog met stalen zenuwen en een stijve kop, die hem jammer genoeg niet van zijn lot had gered.”

Racisme = oorlog
“Gerrit Kastein was een neuroloog met stalen zenuwen en een stijve kop, die hem jammer genoeg niet van zijn lot had gered,” schrijft Van Iperen. Zijn standvastig karakter had hij al bewezen tijdens de Spaanse Burgeroorlog, toen hij goede diensten bewees als arts en hoofd van de ambulance die door Nederlandse hulpverleners aan de Internationale Rode Hulp was toegevoegd. Zijn carrière had hij op de achtergrond geplaatst, de promotie werd uitgesteld, hij ging gewonde burgers en soldaten verzorgen die de fascist Franco’s troepenmacht bevochten. Ook na zijn terugkeer naar Leiden, waar hij in 1937 promoveerde, bleef hij vanuit de CPN, de Communistische Partij Nederland, actief in het verzet tegen het overal terrein winnend fascisme. Zijn overtuiging was: “Een overwinning van Franco is funest voor West-Europa, dus mede voor ons.” In 1938 publiceerde hij een boek, getiteld Het Rassenvraagstuk, een wetenschappelijke verhandeling over klassentegenstellingen en het antisemitisme zoals dat zich in Duitsland aan het ontwikkelen was. Racisme betekent oorlog, voorspelde hij. En gelijk kreeg ie…

Reserveer de eerste uitgave
En lees binnenkort dit verhaal en de vele andere verhalen in één adem uit! 

VOORPUBLICATIES